oud-prof
zelfstandig naamwoord ɑutˈprɔfBetekenis
- iemand die vroeger een betaalde professional was, maar nu niet meer is
- emeritus professor
Hoe spreek je oud-prof uit?
/ɑutˈprɔf/
Oud-prof bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑu | koud |
| t | tak |
| p | pak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oud-profs | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oud bn en prof zn
Woordfamilie van oud-prof
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oud-profs | meervoud | oud-prof |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oud-prof zijn vastgelegd.