osteoma
zelfstandig naamwoordBetekenis
- goedaardige tumor uitgaande van het botweefsel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| osteoma's | meervoud |
| osteomata | meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van osteoma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| osteoma's | meervoud | osteoma |
| osteomata | meervoud | osteoma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van osteoma zijn vastgelegd.