ostensorium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een onderdeel van het liturgisch vaatwerk in de Katholieke Kerk, de Anglicaanse Kerk, de Oudkatholieke Kerk en in het Lutheranisme waarin de hostie of een reliek ter verering wordt getoond
zelfstandig naamwoord — neuter
- onderdeel van het liturgisch vaatwerk in de Katholieke Kerk, de Anglicaanse Kerk, de Oudkatholieke Kerk en in het Lutheranisme waarin de hostie of een reliek ter verering wordt getoond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ostensoriumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ostensoriumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| ostensoriums | meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Latijnse ostendere (tonen) met het achtervoegsel -orium
Woordfamilie van ostensorium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ostensoriumpje | verkleinwoord | ostensorium |
| ostensoriumpjes | verkleinwoord meervoud | ostensorium |
| ostensoriums | meervoud | ostensorium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ostensorium zijn vastgelegd.