orka
zelfstandig naamwoord ˈɔrkaBetekenis
- een walvissoort die vrij gedrongen van bouw is en een opvallende rugvin heeft
Hoe spreek je orka uit?
/ˈɔrka/
Orka bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| r | rood |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Orcinus orca de grootste vertegenwoordiger van de familie der dolfijnen (Delphinidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Delphinus orca gepubliceerd door Carl Linnaeus. Het dier heeft een opvallende rugvin
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orka's | meervoud |
| orkaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| orkaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1862
Woordfamilie van orka
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| orka's | meervoud | orka |
| orkaatje | verkleinwoord | orka |
| orkaatjes | verkleinwoord meervoud | orka |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orka zijn vastgelegd.