orgasme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lustgevoelens bij seksuele opwinding (klaarkomen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orgasmen | meervoud |
| orgasmes | meervoud |
| orgasmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| orgasmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het (seksueel) klaarkomen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van orgasme
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| orgasmen | meervoud | orgasme |
| orgasmes | meervoud | orgasme |
| orgasmetje | verkleinwoord | orgasme |
| orgasmetjes | verkleinwoord meervoud | orgasme |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orgasme zijn vastgelegd.