organisatiestructuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de opbouw van de taakverdeling binnen een organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| organisatiestructuren | meervoud |
| organisatiestructuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| organisatiestructuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van organisatie en structuur
Woordfamilie van organisatiestructuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| organisatiestructuren | meervoud | organisatiestructuur |
| organisatiestructuurtje | verkleinwoord | organisatiestructuur |
| organisatiestructuurtjes | verkleinwoord meervoud | organisatiestructuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van organisatiestructuur zijn vastgelegd.