orang-oetang
zelfstandig naamwoord ˌorɑŋˈutɑŋBetekenis
- (Pongo pygmaeus) Indonesische mensaap die leeft in de bossen van Borneo en Sumatra
Hoe spreek je orang-oetang uit?
/ˌorɑŋˈutɑŋ/
Orang-oetang bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| u | boek |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Ponginae een onderfamilie van de familie mensachtigen (Hominidae) die het levende geslacht orang-oetans bevat, en daarnaast de uitgestorven geslachten Ankarapithecus, Gigantopithecus, Khoratpithecus, Lufengpithecus en Sivapithecus. De dieren komen voor in de bossen van Borneo en Sumatra
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orang-oetangs | meervoud |
| orang-oetankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| orang-oetankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘mensaap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1652-1662
Woordfamilie van orang-oetang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| orang-oetangs | meervoud | orang-oetang |
| orang-oetankje | verkleinwoord | orang-oetang |
| orang-oetankjes | verkleinwoord meervoud | orang-oetang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orang-oetang zijn vastgelegd.