opvlieger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- plotseling gevoel van hitte gepaard gaande met transpiratie bij vrouwen op het einde van de vruchtbare leeftijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opvliegers | meervoud |
| opvliegertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opvliegertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opvliegen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opvlieger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opvliegers | meervoud | opvlieger |
| opvliegertje | verkleinwoord | opvlieger |
| opvliegertjes | verkleinwoord meervoud | opvlieger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvlieger zijn vastgelegd.