opportuniteitsbeginsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het beginsel dat een officier van justitie zelf beslist of een strafbaar feit vervolgd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opportuniteitsbeginselen, | meervoud |
| opportuniteitsbeginsels | meervoud |
| opportuniteitsbeginseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opportuniteitsbeginseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van opportuniteit en beginsel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van opportuniteitsbeginsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opportuniteitsbeginselen | meervoud | opportuniteitsbeginsel |
| opportuniteitsbeginsels | meervoud | opportuniteitsbeginsel |
| opportuniteitsbeginseltje | verkleinwoord | opportuniteitsbeginsel |
| opportuniteitsbeginseltjes | verkleinwoord meervoud | opportuniteitsbeginsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opportuniteitsbeginsel zijn vastgelegd.