opponent
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tegenstander in een debat
- lid van een promotiecommissie bij een wetenschappelijke promotie die als taak heeft het proefschrift kritisch te lezen en de promovendus kritisch te bevragen
- iemand die in een discussie tegen de verdedigde stelling opkomt
- de tegenpartij in een rechtszaak
- tegenstander in een sportwedstrijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opponenten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘die zich verzet, die tegen iets stelling neemt’ voor het eerst aangetroffen in 1478
Woordfamilie van opponent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opponenten | meervoud | opponent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opponent zijn vastgelegd.