oppervlaktewater
zelfstandig naamwoordBetekenis
- water dat in vloeibare vorm aan de oppervlakte komt zoals in meren, rivieren en kanalen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oppervlaktewateren | meervoud |
| oppervlaktewaters | meervoud |
| oppervlaktewatertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oppervlaktewatertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van oppervlakte en water
Woordfamilie van oppervlaktewater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oppervlaktewateren | meervoud | oppervlaktewater |
| oppervlaktewaters | meervoud | oppervlaktewater |
| oppervlaktewatertje | verkleinwoord | oppervlaktewater |
| oppervlaktewatertjes | verkleinwoord meervoud | oppervlaktewater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oppervlaktewater zijn vastgelegd.