opperhoofd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- leider van een stam
- een door de VOC|Vereenigde Oostindische Compagnie benoemde bestuurder van een gebied of factorij
zelfstandig naamwoord — neuter
- een door de Vereenigde Oostindische Compagnie benoemde bestuurder van een gebied of factorij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opperhoofden | meervoud |
| opperhoofdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opperhoofdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van hoofd met het voorvoegsel opper-
Woordfamilie van opperhoofd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opperhoofden | meervoud | opperhoofd |
| opperhoofdje | verkleinwoord | opperhoofd |
| opperhoofdjes | verkleinwoord meervoud | opperhoofd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opperhoofd zijn vastgelegd.