opmaaksel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de versiering die op kleding is aangebracht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opmaaksels | meervoud |
| opmaakseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opmaakseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van opmaken met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van opmaaksel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opmaaksels | meervoud | opmaaksel |
| opmaakseltje | verkleinwoord | opmaaksel |
| opmaakseltjes | verkleinwoord meervoud | opmaaksel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opmaaksel zijn vastgelegd.