oogspiegel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- instrument om het inwendige van het oog te onderzoeken, bestaande uit een holle spiegel met een gat in het midden met daarin een paar lensjes. Het licht valt via de spiegel in het oog en de arts kijkt door het gat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oogspiegels | meervoud |
| oogspiegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oogspiegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van oog en spiegel
Woordfamilie van oogspiegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oogspiegels | meervoud | oogspiegel |
| oogspiegeltje | verkleinwoord | oogspiegel |
| oogspiegeltjes | verkleinwoord meervoud | oogspiegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oogspiegel zijn vastgelegd.