ooghoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoek van het oog, de hoek van het gezichtsveld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ooghoeken | meervoud |
| ooghoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ooghoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van oog en hoek
Woordfamilie van ooghoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ooghoeken | meervoud | ooghoek |
| ooghoekje | verkleinwoord | ooghoek |
| ooghoekjes | verkleinwoord meervoud | ooghoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ooghoek zijn vastgelegd.