ooghaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- haar die op de rand van het boven- of onder ooglid zit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ooghaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ooghaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| oogharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oog zn en haar zn
Woordfamilie van ooghaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ooghaartje | verkleinwoord | ooghaar |
| ooghaartjes | verkleinwoord meervoud | ooghaar |
| oogharen | meervoud | ooghaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ooghaar zijn vastgelegd.