ontologie
zelfstandig naamwoord /ɔntolo'gi/Betekenis
- de tak van de metafysica die zich bezig houdt met het bestuderen van de aard van het bestaan of het zijn, zijnsleer
- aanduiding voor een, door computers interpreteerbare, beschrijving van de werkelijkheid
Hoe spreek je ontologie uit?
/ɔntoloˈgi/
Ontologie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| o | boot |
| l | land |
| g | goal |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ontologieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leer van het zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1799
Woordfamilie van ontologie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontologieën | meervoud | ontologie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontologie zijn vastgelegd.