onderwijsminister
zelfstandig naamwoordBetekenis
- minister die aan het hoofd staat van het ministerie voor Onderwijs en Wetenschappen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderwijsministers | meervoud |
| onderwijsministertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| onderwijsministertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van onderwijs zn en minister zn
Woordfamilie van onderwijsminister
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderwijsministers | meervoud | onderwijsminister |
| onderwijsministertje | verkleinwoord | onderwijsminister |
| onderwijsministertjes | verkleinwoord meervoud | onderwijsminister |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderwijsminister zijn vastgelegd.