onderhuur
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het huren van de huurder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderhuren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhuren
Vervoeging van onderhuur
onderhuurhele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhuren
- gebiedende wijs van onderhuren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhuren
Vervoeging van onderhuur
onderhuurhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van onder en huur