oncoloog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oncologen | meervoud |
| oncoloogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oncoloogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Griekse onkos, massa of tumor met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van oncoloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oncologen | meervoud | oncoloog |
| oncoloogje | verkleinwoord | oncoloog |
| oncoloogjes | verkleinwoord meervoud | oncoloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oncoloog zijn vastgelegd.