onbaatzuchtigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de bereidheid om iets bij te dragen zonder er zelf baat bij te hebben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbaatzuchtigheden | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van onbaatzuchtig met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van onbaatzuchtigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbaatzuchtigheden | meervoud | onbaatzuchtigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbaatzuchtigheid zijn vastgelegd.