onbaatzuchtig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- eigen voordeel verwaarlozend ten behoeve van anderen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onbaatzuchtige | verbogen, stellende trap |
| onbaatzuchtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| onbaatzuchtigere | verbogen, vergrotende trap |
| onbaatzuchtigers | partitief, vergrotende trap |
| onbaatzuchtigs | partitief, stellende trap |
| onbaatzuchtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| onbaatzuchtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van baatzuchtig met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onbaatzuchtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onbaatzuchtige | verbogen vorm | onbaatzuchtig |
| onbaatzuchtiger | vergrotende trap | onbaatzuchtig |
| onbaatzuchtigere | verbogen vergrotende trap | onbaatzuchtig |
| onbaatzuchtigers | partitieve vergrotende trap | onbaatzuchtig |
| onbaatzuchtigs | partitive, positive | onbaatzuchtig |
| onbaatzuchtigst | uninflected, superlative | onbaatzuchtig |
| onbaatzuchtigste | inflected, superlative | onbaatzuchtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onbaatzuchtig zijn vastgelegd.