omranding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- datgene wat de rand van iets vormt
- iets met een rand omgeven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omrandingen | meervoud |
| omrandinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| omrandinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afleiding van omranden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van omranding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omrandingen | meervoud | omranding |
| omrandinkje | verkleinwoord | omranding |
| omrandinkjes | verkleinwoord meervoud | omranding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omranding zijn vastgelegd.