omgeving
zelfstandig naamwoord ɔmˈɣevɪŋBetekenis
- de nabijheid
- een personenkring waarin iemand zich bevindt
Hoe spreek je omgeving uit?
/ɔmˈxevɪŋ/
Omgeving bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| x | acht |
| e | veel |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omgevingen | meervoud |
| omgevinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| omgevinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kring waarin men zich begeeft’ voor het eerst aangetroffen in 1825
Woordfamilie van omgeving
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgevingen | meervoud | omgeving |
| omgevinkje | verkleinwoord | omgeving |
| omgevinkjes | verkleinwoord meervoud | omgeving |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omgeving zijn vastgelegd.