olympiajol
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wedstrijdzeilboot voor 1 persoon met een zeiloppervlak van 11,5 vierkante meter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| olympiajollen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zeilboot’ voor het eerst aangetroffen in 1955
Woordfamilie van olympiajol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| olympiajollen | meervoud | olympiajol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van olympiajol zijn vastgelegd.