oliespuit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kan met een pijpje aan de tuit waarmee men olie kan aanbrengen op de te smeren onderdelen van een apparaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oliespuiten | meervoud |
| oliespuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oliespuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van olie zn en spuit zn
Woordfamilie van oliespuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oliespuiten | meervoud | oliespuit |
| oliespuitje | verkleinwoord | oliespuit |
| oliespuitjes | verkleinwoord meervoud | oliespuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oliespuit zijn vastgelegd.