oksaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een balkon aan de zijde van het kerkschip dat ruimte biedt aan het zangkoor en het grote kerkorgel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oksaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oksaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| oksalen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zangerskoor’ voor het eerst aangetroffen in 1441
Woordfamilie van oksaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oksaaltje | verkleinwoord | oksaal |
| oksaaltjes | verkleinwoord meervoud | oksaal |
| oksalen | meervoud | oksaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oksaal zijn vastgelegd.