oeros
zelfstandig naamwoord /ˈuː.rɔs/Betekenis
- de uitgestorven voorouder van het tamme rund
Hoe spreek je oeros uit?
/ˈurɔs/
Oeros bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| u | boek |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort zoogdier, Bos primigenius, de uitgestorven, ruige, langhoornige, wilde voorouder van het tamme huisrund die in de ijstijd in Europa, Noord-Afrika en West-Azië leefde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oerosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oerosjes | verkleinwoord, meervoud |
| oerossen | meervoud |
Herkomst
(Vroegnieuwnederlands) ooros, uuros, vyros van Middelhoogduits ūrochse zn , in de betekenis van ‘uitgestorven wilde rundersoort’ aangetroffen vanaf 1518; op te vatten als leenvertaling, afgeleid van os zn met het voorvoegsel oer-
Woordfamilie van oeros
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oerosje | verkleinwoord | oeros |
| oerosjes | verkleinwoord meervoud | oeros |
| oerossen | meervoud | oeros |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oeros zijn vastgelegd.