oedeem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zwelling ten gevolge van een ophoping van vocht in delen van het lichaam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oedeempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oedeempjes | verkleinwoord, meervoud |
| oedemen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits of modern Latijn, in de betekenis van ‘vochtophoping’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van oedeem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oedeempje | verkleinwoord | oedeem |
| oedeempjes | verkleinwoord meervoud | oedeem |
| oedemen | meervoud | oedeem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oedeem zijn vastgelegd.