nucleon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deeltje in de atoomkern
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nucleonen | meervoud |
| nucleontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nucleontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘verzamelnaam voor de deeltjes van atoomkernen’ voor het eerst aangetroffen in 1967
Woordfamilie van nucleon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nucleonen | meervoud | nucleon |
| nucleontje | verkleinwoord | nucleon |
| nucleontjes | verkleinwoord meervoud | nucleon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nucleon zijn vastgelegd.