novice
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die (voor de intrede in het klooster) een proeftijd doormaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| novicen | meervoud |
| novices | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘nieuweling (in klooster)’ voor het eerst aangetroffen in 1865
Woordfamilie van novice
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| novicen | meervoud | novice |
| novices | meervoud | novice |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van novice zijn vastgelegd.