noordtak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tak van een tracé dat richting het noorden gelegen is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noordtakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noordtakjes | verkleinwoord, meervoud |
| noordtakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van noord en tak
Woordfamilie van noordtak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noordtakje | verkleinwoord | noordtak |
| noordtakjes | verkleinwoord meervoud | noordtak |
| noordtakken | meervoud | noordtak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noordtak zijn vastgelegd.