noordooster
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- koude, uit de richting van het noordoosten komende wind
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noordoosters | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noordoosteren
- gebiedende wijs van noordoosteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noordoosteren
Vervoeging van noordooster
noordoosterhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van noord bw en ooster zn
Woordfamilie van noordooster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noordoosters | meervoud | noordooster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noordooster zijn vastgelegd.