noorderbuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- degene die men ter noorderzijde als buur heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noorderburen | meervoud |
| noorderbuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noorderbuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van noord en buur met het invoegsel -er-
Woordfamilie van noorderbuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noorderburen | meervoud | noorderbuur |
| noorderbuurtjes | verkleinwoord meervoud | noorderbuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noorderbuur zijn vastgelegd.