noodprogramma
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pakket aan noodmaatregelen om een erge situatie aan te pakken
- een programma dat in tijden van nood gemaakt wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noodprogramma's | meervoud |
| noodprogrammaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noodprogrammaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van nood en programma
Woordfamilie van noodprogramma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noodprogramma's | meervoud | noodprogramma |
| noodprogrammaatje | verkleinwoord | noodprogramma |
| noodprogrammaatjes | verkleinwoord meervoud | noodprogramma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noodprogramma zijn vastgelegd.