noodkachel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets wat men bij gebrek aan beter gebruikt als een kachel
- een kleine kachel die, in tijden met grote brandstof schaarste, uit zeer weinig brandstof toch enige warmte kan produceren hetgeen grote kachtels niet kunnen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noodkachels | meervoud |
| noodkacheltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noodkacheltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van nood zn en kachel zn
Woordfamilie van noodkachel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noodkachels | meervoud | noodkachel |
| noodkacheltje | verkleinwoord | noodkachel |
| noodkacheltjes | verkleinwoord meervoud | noodkachel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noodkachel zijn vastgelegd.