noodgebied
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deel van een land waar zich een ramp heeft voltrokken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| noodgebieden | meervoud |
| noodgebiedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| noodgebiedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van nood zn en gebied zn
Woordfamilie van noodgebied
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| noodgebieden | meervoud | noodgebied |
| noodgebiedje | verkleinwoord | noodgebied |
| noodgebiedjes | verkleinwoord meervoud | noodgebied |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van noodgebied zijn vastgelegd.