nimf
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een Griekse halfgodin en daimon die in de natuur leeft, en vaak gebonden is aan een bepaalde plek of plantensoort, meestal voorgesteld in de gedaante van een aantrekkelijk meisje
- bekoorlijk meisje
- prostituee
- het juveniele stadium van dieren die een onvolledige gedaanteverwisseling hebben
- mythologisch wezen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nimfen | meervoud |
| nimfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nimfjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wezen dat bossen, rivieren bewoonde’ voor het eerst aangetroffen in 1530
Woordfamilie van nimf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nimfen | meervoud | nimf |
| nimfje | verkleinwoord | nimf |
| nimfjes | verkleinwoord meervoud | nimf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nimf zijn vastgelegd.