neuroloog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een arts-specialist met als vakgebied de neurologie (werking en ziekten van zenuwen, zenuwbanen en de hersenen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neurologen | meervoud |
| neuroloogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| neuroloogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
met het voorvoegsel neuro- en met het achtervoegsel -loog
Woordfamilie van neuroloog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neurologen | meervoud | neuroloog |
| neuroloogje | verkleinwoord | neuroloog |
| neuroloogjes | verkleinwoord meervoud | neuroloog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neuroloog zijn vastgelegd.