netwerkstad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- stedelijk gebied met een gemeenschappelijke woning- en arbeidsmarkt, een eigen infrastructuur en eigen voorzieningen en verschillende stedelijke centra die ieder hun eigen functies en taken hebben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| netwerkstadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| netwerkstadjes | verkleinwoord, meervoud |
| netwerksteden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van netwerk en stad
Woordfamilie van netwerkstad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| netwerkstadje | verkleinwoord | netwerkstad |
| netwerkstadjes | verkleinwoord meervoud | netwerkstad |
| netwerksteden | meervoud | netwerkstad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van netwerkstad zijn vastgelegd.