netschakelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schakelaar om de netstroom in of uit te schakelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| netschakelaars | meervoud |
| netschakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| netschakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van net en schakelaar
Woordfamilie van netschakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| netschakelaars | meervoud | netschakelaar |
| netschakelaartje | verkleinwoord | netschakelaar |
| netschakelaartjes | verkleinwoord meervoud | netschakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van netschakelaar zijn vastgelegd.