negorij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een afgelegen gehucht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| negorijen | meervoud |
| negorijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| negorijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘gehucht’ voor het eerst aangetroffen in 1888
Woordfamilie van negorij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| negorijen | meervoud | negorij |
| negorijtje | verkleinwoord | negorij |
| negorijtjes | verkleinwoord meervoud | negorij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van negorij zijn vastgelegd.