nazaat
zelfstandig naamwoord ˈnazatBetekenis
- iemand met een specifieke voorouder of specifieke voorouders
Hoe spreek je nazaat uit?
/ˈnazat/
Nazaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| z | zon |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nazaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nazaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| nazaten | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands nasate, op te vatten als samenstelling van na bw en zaat zn "van: zitten" , in de betekenis van ‘nakomeling’ voor het eerst aangetroffen in 1425
Woordfamilie van nazaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nazaatje | verkleinwoord | nazaat |
| nazaatjes | verkleinwoord meervoud | nazaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nazaat zijn vastgelegd.