natuurbeheerder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de beheerder van een bos, heidegebied of ander stuk natuur.
- een natuurorganisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| natuurbeheerders | meervoud |
| natuurbeheerdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| natuurbeheerdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van natuur en beheerder
Woordfamilie van natuurbeheerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| natuurbeheerders | meervoud | natuurbeheerder |
| natuurbeheerdertje | verkleinwoord | natuurbeheerder |
| natuurbeheerdertjes | verkleinwoord meervoud | natuurbeheerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van natuurbeheerder zijn vastgelegd.