nagelriem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de huidplooi rondom de nagel, die dient ter bescherming van het levende deel van de nagel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nagelriemen | meervoud |
| nagelriempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nagelriempjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van nagel en riem
Woordfamilie van nagelriem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nagelriemen | meervoud | nagelriem |
| nagelriempje | verkleinwoord | nagelriem |
| nagelriempjes | verkleinwoord meervoud | nagelriem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nagelriem zijn vastgelegd.