nachtwacht
zelfstandig naamwoord ˈnɑxtwɑxtBetekenis
- nachtwachter
- bewaking in de nacht, de groep van nachtwachters
Hoe spreek je nachtwacht uit?
/ˈnɑxtwɑxt/
Nachtwacht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| w | quiz |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- / bewaking in de nacht, de groep van nachtwachters feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1] nachtwachten | meervoud |
| nachtwachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nachtwachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van nacht en wacht
Woordfamilie van nachtwacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nachtwachten | meervoud | nachtwacht |
| nachtwachtje | verkleinwoord | nachtwacht |
| nachtwachtjes | verkleinwoord meervoud | nachtwacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nachtwacht zijn vastgelegd.