nachtspiegel
zelfstandig naamwoord ˈnɑxtspiɣəlBetekenis
- een pot waar men 's nachts zijn behoefte in kan doen
Hoe spreek je nachtspiegel uit?
/ˈnɑxtspixəl/
Nachtspiegel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- pot waar men indien nodig 's nachts zijn behoefte in kan doen, vaak in de nabijheid van het bed geplaatst euphemistic
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nachtspiegels | meervoud |
| nachtspiegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nachtspiegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van nacht zn en spiegel zn
Woordfamilie van nachtspiegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nachtspiegels | meervoud | nachtspiegel |
| nachtspiegeltje | verkleinwoord | nachtspiegel |
| nachtspiegeltjes | verkleinwoord meervoud | nachtspiegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nachtspiegel zijn vastgelegd.