naamplaat
zelfstandig naamwoord ˈnamplatBetekenis
- aangebracht vlak van stevig materiaal, bestemd voor een vermelding hoe iets of iemand wordt genoemd
Hoe spreek je naamplaat uit?
/ˈnamplat/
Naamplaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| m | maan |
| p | pak |
| l | land |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| naamplaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| naamplaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| naamplaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van naam en plaat
Woordfamilie van naamplaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naamplaatje | verkleinwoord | naamplaat |
| naamplaatjes | verkleinwoord meervoud | naamplaat |
| naamplaten | meervoud | naamplaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naamplaat zijn vastgelegd.