naamdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dag waarop een heilige wordt herdacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| naamdagen | meervoud |
| naamdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| naamdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van naam zn en dag zn
Woordfamilie van naamdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naamdagen | meervoud | naamdag |
| naamdagje | verkleinwoord | naamdag |
| naamdagjes | verkleinwoord meervoud | naamdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naamdag zijn vastgelegd.