muskaatwijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zoete wijn van muskaatdruiven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| muskaatwijnen | meervoud |
| muskaatwijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| muskaatwijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zoete wijnsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1714
Woordfamilie van muskaatwijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| muskaatwijnen | meervoud | muskaatwijn |
| muskaatwijntje | verkleinwoord | muskaatwijn |
| muskaatwijntjes | verkleinwoord meervoud | muskaatwijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van muskaatwijn zijn vastgelegd.